De 150 gedichten in deze bundel zijn geënt op de Psalmen en vormen een solide dubbelportret van de dichter, de mens van nu. Die is tegelijk mystiek en rationeel, autonoom en aanhankelijk. De gedichten trachten een volwassen positie te bepalen tot een ‘u’ die in dit werk steeds als aangesprokene verschijnt. De teksten spreken lezers aan die de twee wegen in zichzelf herkennen: het ontzag voor een hogere entiteit en het geaard zijn in een gewone werkelijkheid.
Anton Ent kenschetst deze bundel als ‘mijn levens…





